1. De Gouden Regel: Rechts gaat Voor

Op een gelijkwaardig kruispunt (dus zonder borden of haaientanden) heeft bestuurders van rechts altijd voorrang. Dit geldt voor auto's, motoren, bromfietsers én fietsers.

Let op: Voetgangers zijn géén bestuurders. Op een gelijkwaardig kruispunt hoef je voetgangers van rechts dus niet voor te laten gaan (tenzij ze al aan het oversteken zijn).

2. Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor (RDDW)

Wil jij afslaan en een tegemoetligger wil rechtdoor? Dan moet je de tegemoetligger voorlaten. Dit geldt ook voor voetgangers die rechtdoor lopen op dezelfde weg als waar jij afslaat.

Ezelsbruggetje: Rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor afslaand verkeer (kortweg: recht gaat voor krom).

3. Korte Bocht gaat voor Lange Bocht

Staan jullie tegenover elkaar en willen jullie beiden dezelfde zijstraat in?

  • Jij slaat rechtsaf (korte bocht).
  • De tegenligger slaat linksaf (lange bocht, kruist jouw weg).
In dit geval gaat de korte bocht voor de lange bocht.

4. Trams hebben (bijna) altijd voorrang

Een tram is groot en zwaar en heeft een lange remweg. Daarom hebben trams voorrang op gelijkwaardige kruispunten, óók als ze van links komen!

Uitzondering: Trams moeten wel stoppen voor haaientanden, stopborden en verkeerslichten.

5. Voorrangsvoertuigen

Politie, brandweer en ambulances met zwaailicht én sirene hebben altijd voorrang. Maak ruimte, maar breng jezelf niet in gevaar.

6. Haaientanden en Borden

Verkeersborden en tekens op de weg gaan boven de standaard regels.

  • Bord B6 (Driehoek punt naar beneden): Iedereen op de kruisende weg voorlaten.
  • Bord B1 (Voorrangsweg): Jij hebt voorrang op zijwegen.
  • Haaientanden: Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.

Geslaagd Beginnen?

De regels kennen is stap 1, ze toepassen is stap 2. In onze oefenexamens kom je tientallen voorrangssituaties tegen.

Test je Kennis

Weet jij wie er voor mag? Doe nu een gratis theorie-examen.

Start Gratis Examen