In dit artikel:
  1. De volgorde: agent, licht, bord, regel
  2. Gelijkwaardig kruispunt: rechts gaat voor
  3. Trams en voorrangsvoertuigen
  4. Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor
  5. Korte bocht gaat voor lange bocht
  6. Voorrang voor voetgangers
  7. Onverharde wegen, uitritten en erven
  8. Voorrangsborden en haaientanden
  9. T-splitsing en drie auto's tegelijk
  10. Ezelsbruggetjes op een rij
  11. Veelgestelde vragen

1. De volgorde: agent, licht, bord, regel

Voordat je naar "rechts gaat voor" kijkt, moet je weten welke informatie het zwaarst weegt. Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV 1990) hanteert deze vaste volgorde:

  1. Aanwijzingen van een verkeersregelaar (politie, verkeersregelaars en verkeersbrigadiers bij scholen): die gaan altijd voor.
  2. Verkeerslichten: groen, oranje en rood.
  3. Verkeersborden en haaientanden: bijvoorbeeld het voorrangsbord B6 of een voorrangsweg (B1).
  4. Verkeersregels: pas als er niets van het bovenstaande is, gelden de standaardregels zoals rechts gaat voor.

Voorbeeld: het verkeerslicht staat op groen, maar een agent geeft een stopteken. Dan stop je, want de aanwijzing van de agent weegt zwaarder dan het licht. Valt een verkeerslicht uit of knippert het oranje, dan kijk je naar de borden, en zijn die er niet, dan geldt rechts gaat voor.

2. Gelijkwaardig kruispunt: rechts gaat voor

Een gelijkwaardig kruispunt is een kruising zonder verkeerslichten, voorrangsborden of haaientanden. Geen van de wegen is belangrijker dan de andere. Hier geldt de bekendste regel: bestuurders van rechts hebben voorrang.

  • "Bestuurders" zijn iedereen die een voertuig bestuurt: auto's, vrachtwagens, motoren, brommers, scooters, fietsers, maar ook iemand op een paard of met een trekdier.
  • Fietsers en brommers van rechts hebben dus ook voorrang op jou als automobilist.
  • Voetgangers zijn geen bestuurders. Voor hen geldt rechts voor niet (zie voorrang voor voetgangers).
  • Het maakt niet uit of de weg breder is, of je een doorgaande weg lijkt te rijden of welke kant je op wilt: op een gelijkwaardig kruispunt telt alleen wie er van rechts komt.

Instinker op het examen: het CBR laat vaak een brede, drukke weg zien die bij een smal straatje uitkomt, zonder borden. Veel kandidaten denken dat de brede weg voorrang heeft. Dat klopt niet: zonder borden of haaientanden is het een gelijkwaardig kruispunt en gaat rechts voor.

Wat als er van alle kanten iemand komt? Komen vier bestuurders tegelijk aan op een gelijkwaardig kruispunt, dan heeft iedereen iemand van rechts. Niemand heeft dan voorrang en jullie moeten het samen oplossen: één bestuurder geeft duidelijk aan dat hij wacht, waarna het verkeer weer volgens rechts voor verder gaat.

3. Trams en voorrangsvoertuigen

De tram

Een tram heeft op een gelijkwaardig kruispunt altijd voorrang, ook als hij van links komt. Een tram kan niet uitwijken en heeft een lange remweg. Staan er wél borden, haaientanden of verkeerslichten, dan moet de tram zich daar ook aan houden. Een tram is geen voorrangsvoertuig: dat is een aparte categorie.

Voorrangsvoertuigen

Politie, brandweer, ambulance en een aantal andere hulpdiensten zijn alleen voorrangsvoertuig als ze blauw zwaailicht én een sirene voeren. Dan moet je ze altijd voorrang verlenen, ook als jij groen licht hebt. Maak ruimte zonder jezelf of anderen in gevaar te brengen: rij bijvoorbeeld niet zomaar door rood om plaats te maken.

Een ambulance met alleen zwaailicht en zonder sirene is géén voorrangsvoertuig. Toch is het verstandig om ruimte te geven.

4. Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor

Sla je af, dan moet je bestuurders én voetgangers voor laten gaan die op dezelfde weg rechtdoor gaan. Dit geldt ook als je een voorrangsweg rijdt.

  • Sla je rechtsaf, let dan op fietsers en brommers naast of achter je die rechtdoor rijden. Kijk in je spiegel en over je schouder (dodehoek).
  • Sla je linksaf, dan laat je tegenliggers die rechtdoor gaan eerst voorbij.
  • Voetgangers die de zijweg oversteken en rechtdoor lopen langs jouw weg, gaan ook voor.

Ezelsbruggetje: recht gaat voor krom.

5. Korte bocht gaat voor lange bocht

Sta je tegenover een tegenligger en willen jullie allebei dezelfde zijstraat in? Dan maakt de één een korte bocht (rechtsaf) en de ander een lange bocht (linksaf, die de rijbaan van de tegenligger kruist). Degene die linksaf gaat, wacht: korte bocht gaat voor lange bocht.

Situatie Wie gaat eerst?
Jij linksaf, tegenligger rechtdoor Tegenligger (recht gaat voor krom)
Jij linksaf, tegenligger rechtsaf dezelfde straat in Tegenligger (kort gaat voor lang)
Jij rechtsaf, fietser naast je rechtdoor Fietser (recht gaat voor krom)
Gelijkwaardig kruispunt, fietser van rechts Fietser (rechts gaat voor)

6. Voorrang voor voetgangers

Over voetgangers bestaan de meeste misverstanden. Omdat voetgangers geen bestuurders zijn, geldt rechts voor niet voor voetgangers. Wél moet je voetgangers in deze situaties voor laten gaan:

  1. Zebrapad: voetgangers die oversteken of duidelijk willen oversteken, gaan voor. Een fietser die over het zebrapad fietst, heeft daar géén voorrang.
  2. Afslaan: voetgangers die op dezelfde weg rechtdoor lopen en de zijweg oversteken, gaan voor als jij afslaat.
  3. Uitrit of erf verlaten: kom je een parkeerplaats, garage of woonerf uit, dan laat je iedereen voorgaan, ook voetgangers op de stoep.
  4. Blinde of slechtziende voetgangers: met een witte stok of geleidehond laat je ze altijd oversteken.
  5. Voetgangers die al aan het oversteken zijn, laat je veilig verder lopen, ook als er geen zebrapad is.

Ezelsbruggetje voorrang voetgangers: zebra, afslaan, uitrit, stok. Bij die vier laat je de voetganger altijd gaan.

Let op bij verkeerslichten: heb je groen en sla je af terwijl voetgangers tegelijk groen hebben, dan laat je hen eerst oversteken.

7. Onverharde wegen, uitritten en erven

Op een gelijkwaardig kruispunt zijn er twee belangrijke uitzonderingen op rechts voor:

  • Onverharde weg: rij je van een onverharde weg (zand, grind) een verharde weg op, dan verleen je voorrang aan het verkeer op de verharde weg, ook als dat van links komt.
  • Uitrit: een uitrit van een parkeerplaats, tankstation, garage of oprit is geen kruispunt. Wie een uitrit verlaat, laat iedereen voorgaan.
  • Erf / woonerf: het einde van een erf (bord G6) geldt als een uitrit. Verlaat je een woonerf, dan verleen je voorrang aan al het verkeer op de weg waar je opkomt.

8. Voorrangsborden en haaientanden

Borden en haaientanden maken van een kruispunt een ongelijkwaardig kruispunt: één weg is dan de voorrangsweg. De belangrijkste:

  • B1 (voorrangsweg): je rijdt op een voorrangsweg en hebt voorrang op verkeer uit zijwegen.
  • B2: einde van de voorrangsweg.
  • B3: voorrangskruispunt; je hebt voorrang op het eerstvolgende kruispunt.
  • B6 + haaientanden: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg (beide richtingen).
  • B7 (stopbord): stop volledig bij de stopstreep en verleen daarna voorrang.

Haaientanden zijn de witte driehoekjes op de weg met de punt naar jou toe. Ze betekenen hetzelfde als bord B6: voorrang verlenen. Je vindt ze vaak bij rotondes en fietspaden. Meer over haaientanden, blokmarkering en andere strepen lees je in ons artikel over wegmarkeringen. Alle borden met betekenis vind je bij de voorrangsborden.

9. T-splitsing en drie auto's tegelijk

Een T-splitsing zonder borden is een gewoon gelijkwaardig kruispunt. Ook de bestuurder op het "doorgaande" deel heeft dan geen voorrang: rechts gaat voor.

Voorbeeld met drie auto's: auto A komt uit de onderkant van de T, auto B rijdt van links over de doorgaande weg en auto C van rechts.

  • Auto C heeft niemand van rechts en mag als eerste.
  • Daarna auto A, want B komt van links ten opzichte van A.
  • Auto B gaat als laatste, want A komt voor hem van rechts.

Bij drie auto's op een T-splitsing loopt het daardoor nooit vast: er is altijd één bestuurder zonder verkeer van rechts. Alleen bij vier auto's op een kruispunt met vier wegen kan het vastlopen.

10. Ezelsbruggetjes voor voorrangsregels

Agent, licht, bord, regel

De volgorde van wat het zwaarst weegt.

Rechts gaat voor

Op een gelijkwaardig kruispunt, voor alle bestuurders.

Recht gaat voor krom

Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor afslaan.

Kort gaat voor lang

Rechtsaf gaat voor linksaf naar dezelfde straat.

Tram wint altijd

Op een gelijkwaardig kruispunt, ook van links.

Uit de uitrit? Dan wacht je

Uitritten, erven en onverharde wegen: iedereen voorlaten.

Veelgestelde vragen over voorrang

Heeft verkeer van rechts altijd voorrang?

Nee. Alleen op een gelijkwaardig kruispunt. Een agent, verkeerslichten, borden en haaientanden gaan voor, en wie van een onverharde weg of uitrit komt, moet ook voorrang verlenen.

Heeft een fietser van rechts voorrang op een auto?

Ja, op een gelijkwaardig kruispunt wel. Een fietser is een bestuurder, net als een automobilist.

Heeft een bus voorrang?

Een lijnbus is geen voorrangsvoertuig. Wel moet je een lijnbus binnen de bebouwde kom de gelegenheid geven om bij een halte weg te rijden (als de bus richting aangeeft). Buiten de bebouwde kom geldt die regel niet.

Wat is gelegenheidsvoorrang?

Zo noemen mensen het als je iemand voor laat gaan terwijl dat niet verplicht is, bijvoorbeeld om de doorstroming te helpen. Het is geen officiële verkeersregel: de ander mag er niet op rekenen dat je stopt.

Gelden haaientanden ook voor voetgangers?

Haaientanden gelden voor bestuurders op de weg waar ze liggen. Ze geven voetgangers geen voorrang; daarvoor is een zebrapad nodig.

Oefen voorrangssituaties

Regels kennen is stap één, ze snel herkennen in een plaatje of video is stap twee. In ons gratis CBR proefexamen krijg je echte voorrangsvragen met directe uitleg. Bekijk ook de meest gemaakte fouten op het theorie-examen.

Blijf op de hoogte van CBR examens & theorie tips

Voeg Zielaan toe aan je voorkeursbronnen in Google Zoeken om altijd direct onze nieuwste examentips en CBR-wijzigingen te zien.

Test je kennis van voorrang

Weet jij wie er voor mag? Doe nu een gratis theorie-examen met 25 vragen.

Start gratis proefexamen